2    De menselijke geest

De oorsprong van de menselijke geest
Willem Frankenhuis
- 4 reacties

Het dilemma van de vrije wil in de forensische psychiatrie
Marleen Nagtegaal
- 1 reactie

Gesitueerde Expertise
Erik Rietveld
- 6 reacties

De wreedheid van kinderen
Merel Schogt
- 4 reacties

Zijn wij anders dan Nazi-beulen?
Daniel Paarlberg
- 3 reacties

Evolutie en cognitieve functies
Michiel van Lambalgen

Op naar een rijkere evolutionaire psychologie
Annemie Ploeger
- 11 reacties

'Darwin hat den Geist vergessen!'
Machiel Keestra

Column: Hebben wij een ziel te verliezen?
Ed P.J. van den Heuvel
- 10 reacties

colofon  issn 1879-8144  12 oktober 2004

Alle edities   Vakgebieden            
English   Over Blind       Vacatures
Volg ons:               
© 2004–2018 Blind    disclaimer   cookies

 

BLIND
2
 online interdisciplinair tijdschrift  
BLIND 2
alle edities      



zoeken + vakgebieden       



random editie       



vorige editie       



volgende editie       
naar boven       

In dit artikel beschrijft Annemie Ploeger de stand van zaken in de evolutionaire psychologie. Ze betoogt dat de evolutionaire psychologie niet de metatheorie is die zij hoopt te zijn, omdat zij een eenzijdig beeld heeft van wat gaande is in verwante vakgebieden. Door toevoeging van ideeën en concepten van de evolutionaire ontwikkelingsbiologie, komt volgens haar de evolutionaire psychologie dichter in de buurt van de gewenste metatheorie.

Annemie Ploeger studeerde af in de psychologie. Zij werkt momenteel aan de Universiteit van Amsterdam aan een proefschrift over de rol die de evolutionaire psychologie kan spelen in de ontwikkelingspsychologie. Ook geeft zij onderwijs over evolutionaire psychologie.


Lees het artikel

BLIND 2 - De menselijke geest
sluiten


Redactie

Willem Frankenhuis
Judith Molenaar
Matthijs Sala
Daniel Paarlberg
Arno Verweij


Redactieraad

prof. dr. Johan van Benthem
prof. dr. Jose van Dijck
Syb Groeneveld
prof. dr. Michel Haring
prof. dr. Ed van den Heuvel
drs. Machiel Keestra
dr. Bernard Kruithof


klik hier voor huidige redactie


sluiten

Op naar een rijkere evolutionaire psychologie

              
alle bijdragen van deze auteur
korte inleiding & meer over de auteur
all articles by this author
short intro & about the author
artikel door Annemie Ploeger

De evolutionaire psychologie probeert theorieën en concepten uit de evolutionaire biologie toe te passen in de psychologie. Het idee is dat de evolutietheorie door een zeer breed forum van wetenschappers wordt geaccepteerd. Als wetenschapper moet je dus altijd in je achterhoofd houden dat deze theorie, ook buiten het vakgebied van de biologie, algemeen aanvaard is. Dit betekent dat je geen theorie dient op te stellen die in strijd is met de principes van de evolutietheorie. Een soort verplichte interdisciplinariteit.

Wat betekent dit idee voor de psychologie? Veel psychologen hebben nauwelijks kennis van de evolutietheorie. Geen nood, er zijn een paar psychologen die zichzelf evolutionair psycholoog noemen en ons de evolutietheorie in een notendop presenteren. Het verhaal gaat als volgt. Eerst was er Charles Darwin, die in 1859 een boek schreef waarin stond dat evolutie plaatsvindt door middel van natuurlijke selectie. In een populatie bestaan individuele verschillen, en door deze verschillen doen sommige individuen het beter dan anderen. ‘Het beter doen’ betekent betere overlevingskansen en een groter reproductief succes. Op deze manier worden individuen met succesvolle eigenschappen, adaptaties genaamd, op natuurlijke wijze geselecteerd. Vervolgens liet Gregor Mendel met zijn erfelijkheidstheorie zien hoe het proces van overerving van eigenschappen werkt.

Het samengaan van Darwin’s evolutietheorie en Mendel’s genetica in de jaren dertig van de vorige eeuw was de basis voor wat in de evolutionaire biologie de Moderne Synthese wordt genoemd. Deze Moderne Synthese staat nog steeds als een huis. Natuurlijk zijn er in de loop der jaren kleine wijzigingen aangebracht en nieuwe concepten toegevoegd, zoals het begrip ‘inclusive fitness’, bedacht door William Hamilton. Je bent een ‘fit’ persoon als je, door zelf kinderen ter wereld te brengen, je genen aan een volgende generatie doorgeeft. Maar ook andere verwanten hebben een deel van jouw genen. Zo heeft je broer of zus de helft van jouw genen, je oom of tante een kwart en hun kinderen weer een achtste van jouw genen. Dus heeft het in termen van fitness niet alleen zin om jezelf voort te planten, maar doe je er ook goed aan je naaste familie te steunen. Dit wordt ‘inclusive fitness’ genoemd.

Vervolgens schreef George Williams in 1966 een invloedrijk boek, waarin nog eens helder en duidelijk uiteen werd gezet waar het in de evolutietheorie om gaat. Ook gaf hij een aantal criteria om te bepalen wanneer een bepaalde eigenschap een adaptatie genoemd kan worden, zoals zuinigheid, efficiëntie, complexiteit, precisie, specialisatie en betrouwbaarheid. En daarna kwam Richard Dawkins, die een paar leuke, leesbare boeken schreef over de almachtigheid van natuurlijke selectie en zelfzuchtige genen. Als je het beeld volgt dat evolutionair psychologen schetsen van de huidige stand van zaken in de evolutionaire biologie gaat het in dit vakgebied dus om Darwin, Mendel, Hamilton, Williams en Dawkins.

Op basis van deze schets van de evolutionaire biologie is het dan ook niet vreemd dat een groot deel van de evolutionaire psychologie gaat over partnerkeuze, seks en het investeren van ouders in kinderen. Dit zijn natuurlijk onderwerpen die sterk gerelateerd zijn aan fitness en reproductie. Een ander belangrijk thema in de evolutionaire psychologie is sekseverschillen. Ook hier is de link met fitness en reproductie snel te zien. Omdat mannen in principe alleen hun sperma hoeven te verspreiden om zich voort te planten, terwijl vrouwen negen maanden zwanger zijn en nog jarenlang hun kroost moeten verzorgen, is het niet vreemd te veronderstellen dat hieruit diverse sekseverschillen voortvloeien. Zo blijkt bijvoorbeeld dat mannen meer behoefte hebben aan verschillende seksuele partners dan vrouwen, ongeacht het land of de cultuur waarin zij leven. De evolutionaire psychologie heeft ervoor gezorgd dat er een aantal interessante hypothesen is opgeworpen en voor veel van deze hypothesen is ook experimentele evidentie gevonden. Knap werk.

Metatheorie

De evolutionaire psychologie pretendeert echter meer te zijn dan alleen maar een generator van nieuwe hypothesen die experimenteel getoetst kunnen worden. Zij pretendeert een metatheorie voor de psychologie te zijn. De psychologie staat erom bekend dat er veel onderzoek wordt gedaan naar allerlei deelfacetten van de menselijke geest, maar dat het ontbreekt aan een samenhangende theorie die de losse feiten met elkaar kan verbinden. De evolutionaire psychologie denkt deze samenhangende theorie te bieden. Maar doet zij dat daadwerkelijk? Er zijn ideeën over het toepassen van de evolutionaire psychologie op verschillende deelgebieden van de psychologie, zoals de sociale psychologie, de ontwikkelingspsychologie, de klinische psychologie en de persoonlijkheidspsychologie. Maar wederom gaat het om het opwerpen van een paar hypothesen die passen in het kader van de evolutietheorie. Hoe interessant die hypothesen ook kunnen zijn, er is tot nu toe geen sprake van een theorie die de losse eindjes van de psychologie aan elkaar knoopt. Het lijkt erop dat de evolutionaire psychologie juist nieuwe feitjes verzamelt en toevoegt aan de lange reeks feitjes in de psychologie, zonder de psychologie in algemene zin te verrijken.

Is met deze constatering het idee van de evolutionaire psychologie als metatheorie voor de algemene psychologie afgeserveerd? Nee, is mijn mening. De evolutionaire psychologie heeft veel meer in haar mars dan zij tot nu toe laat zien. Dat komt omdat zij een zeer eenzijdig beeld schetst van wat de evolutionaire biologie te bieden heeft. Ik noemde het rijtje al eerder: Darwin, Mendel, Hamilton, Williams en Dawkins. Dit zijn grote namen van het vakgebied van de evolutietheorie, en de ideeën van deze mannen zijn vakkundig door de evolutionaire psychologie verwoord en in een psychologisch kader geplaatst. Maar er is in die anderhalve eeuw sinds Darwin zo veel meer gebeurd dan het werk van deze vijf. Laat ik een aantal belangrijke punten noemen.

Functie versus vorm

De evolutionaire biologie wordt al eeuwenlang, ver voor de tijd van Darwin, gedomineerd door twee verschillende stromingen. De beroemde evolutiedeskundige Stephen Jay Gould heeft het in zijn laatste boek voor zijn dood prachtig uiteengezet. De ene stroming wordt die van de functionalisten genoemd. Functionalisten geloven dat alles wat op aarde leeft, of in elk geval alle belangrijke eigenschappen van levende vormen, er zijn omdat ze een functie hebben. Met het oog kunnen we zien, daarom hebben we een oog. Met het oor kun je horen, daarom hebben we een oor. De andere stroming is die van de formalisten. Formalisten zeggen dat er eerst bepaalde vormen van levende materie waren, en dat die later, min of meer toevallig, een functie hebben gekregen. Dus de functionalisten beweren: eerst functie, dan vorm. De formalisten beweren: eerst vorm, dan functie.

Zoals gezegd loopt deze discussie al eeuwenlang, tot op de dag van vandaag. De functionalisten worden heden ten dage gerepresenteerd door met name Richard Dawkins en Daniel Dennett met hun verhaal over natuurlijke selectie die alles wat levend is bepaalt. Het formalisme vinden we vandaag de dag terug bij mensen als Brian Goodwin en Stuart Kauffman, die beargumenteren dat er, net als in de natuurkunde en de scheikunde, ook in de biologie principes en wetten zijn die bepalen hoe levende wezens eruit kunnen zien. Volgens de functionalisten is vrijwel elke vorm mogelijk en bepaalt natuurlijke selectie welke vormen overleven (namelijk die vormen die het best zijn aangepast aan de omgeving). Volgens de formalisten is er slechts een beperkt aantal vormen mogelijk, en natuurlijke selectie kan dus alleen werken met die paar vormen die er zijn.

Een van de belangrijkste verschillen in denken zie je terug in de discussie over hoe uitzonderlijk het is dat bijvoorbeeld de mensheid ooit is ontstaan. Functionalisten zeggen dat dit een ‘mirakel’ is, omdat er volgens hen in principe een oneindig aantal mogelijke vormen is, en dat de mensheid is ontstaan is puur toeval. Formalisten zeggen dat het helemaal niet zo’n mirakel is, want er is slechts een aantal basisvormen, en samen met een paar principes uit de complexiteitstheorie is het helemaal niet onwaarschijnlijk dat een complexe vorm als de mens is ontstaan.

Welke positie neemt de evolutionaire psychologie in? De evolutionaire psychologie behoort overduidelijk tot de stroming van de functionalisten. Zij beargumenteren dat het zinvol is om te kijken naar de functie van bepaalde psychologische eigenschappen, omdat kennis van de functie kan bijdragen aan kennis van de structuur van de eigenschap. Eerst functie, dan vorm. De bijdrage die door formalisten aan de evolutionaire biologie wordt geleverd, gaat aan de evolutionaire psychologie voorbij. Ik zal beargumenteren dat het niet opnemen van concepten van de formalistische stroming een gemis is en dat het opnemen van formalistische ideeën kan bijdragen aan de metatheorie die de evolutionaire psychologie zo graag wil zijn.

Evolutionaire ontwikkelingsbiologie

Ik noemde Brian Goodwin en Stuart Kauffman al als huidige aanvoerders van de stroming van de formalisten. Zij zijn echte formalisten die zoeken naar algemeen geldende principes en wetten in de biologie. Er is in de evolutionaire biologie een brede stroming die gelieerd is aan de formalistische stroming. Deze stroming wordt de evolutionaire ontwikkelingsbiologie genoemd. De evolutionaire ontwikkelingsbiologie is gerelateerd aan de formalistische stroming, omdat ook zij beargumenteert dat natuurlijke selectie alleen niet allesbepalend is. Vormen die mogelijkerwijs functioneel kunnen zijn, ontstaan eerst voordat zij worden geselecteerd. Natuurlijke selectie maakt zelf niks, zij kan alleen maar werken met de materie die aanwezig is. Natuurlijke selectie selecteert, maar creëert niets. Evolutionaire ontwikkelingsbiologen benadrukken, in tegenstelling tot functionalisten, het proces van creatie en niet dat van selectie. Dat wil niet zeggen dat natuurlijke selectie onbelangrijk is, het selecteert dat wat functioneel is. Maar hoe ontstaat dat wat functioneel is? Welk proces ligt hieraan ten grondslag?

De evolutionaire ontwikkelingsbiologie bewandelt verschillende paden om dit proces te achterhalen. Ten eerste is een belangrijk onderwerp het bestuderen van embryonale ontwikkeling en hoe deze ontwikkeling is geëvolueerd. Het is bekend dat verschillende diersoorten in het beginstadium van de embryonale fase erg op elkaar lijken. Pas later als het embryo zich verder ontwikkelt, worden de verschillen tussen de soorten duidelijk zichtbaar. Darwin heeft dit, terecht, geïnterpreteerd als evidentie voor het bestaan van een gemeenschappelijke voorouder van alle soorten. Maar het laat ook zien dat er blijkbaar weinig verschillende embryonale basisvormen zijn. Een interessant gegeven voor de formalisten. Het onderzoeken van de embryonale fase is belangrijk om het proces van het ontstaan van nieuwe varianten te ontdekken, want als er belangrijke veranderingen optreden, dan moet dat in deze fase gebeuren.

Een ander pad van de evolutionaire ontwikkelingsbiologie is het bestuderen van de invloed van individuele ontwikkeling op evolutionaire veranderingen van eigenschappen. Met name hier wordt het interessant voor de evolutionaire psychologie, want het wordt steeds duidelijker dat gedrag evolutionaire veranderingen kan initiëren. Het idee is dat het eerste stadium van evolutionaire verandering een verandering is in gedrag. Dit nieuwe gedrag leidt tot nieuwe mogelijkheden om met bepaalde aspecten van de omgeving om te gaan. Het tweede stadium wordt gekenmerkt door morfologische of fysiologische veranderingen als gevolg van de nieuwe mogelijkheden om van de omgeving gebruik te maken. In het derde stadium vindt genetische verandering plaats als een subpopulatie die het nieuwe gedrag met bijbehorende morfologische of fysiologische veranderingen vertoont, geïsoleerd raakt van de originele populatie.

Een biologisch voorbeeld hiervan is de verandering van gedrag van de appel-made-vlieg in de Verenigde Staten. Het vrouwtje legde haar eitjes gewoonlijk in de struiken van de meidoorn. Nadat in de VS de gekweekte appelboom werd geïntroduceerd, waren er ook vrouwtjes die hun eitjes in appelbomen gingen leggen. Inmiddels zijn er twee verschillende soorten appel-made-vliegen, een die haar eitjes in de meidoorn legt en een die haar eitjes in de appelboom legt. Deze twee soorten verschillen genetisch van elkaar en paren niet met elkaar. De moraal van dit verhaal is dat de evolutie van nieuw gedrag plaatsvindt voordat de genetische verandering plaatsvindt. Dit in tegenstelling tot wat aanhangers van de Moderne Synthese stellen: er moet eerste een genetische verandering plaatsvinden, voordat nieuw gedrag mogelijk wordt. Ideeën uit de evolutionaire ontwikkelingsbiologie laten dus basisprincipes van de Moderne Synthese op hun grondvesten trillen.

Een derde pad dat de evolutionaire ontwikkelingsbiologie opgaat is het oplossen van vraagstukken die binnen het functionalistische kader moeilijk liggen. Een voorbeeld hiervan is discontinuïteit in evolutie. Darwin en met hem vele aanhangers van de Moderne Synthese nemen aan dat evolutie een gradueel proces is. Er vindt een mutatie in de genen plaats, en die verandert de vorm of het gedrag van een individu een klein beetje. Deze verandering kan positief of negatief zijn. Is de verandering positief, dan zal natuurlijke selectie ervoor zorgen dat deze verandering behouden blijft. Op een bepaald moment vindt er weer een mutatie plaats, en het proces wordt opnieuw ingezet. Telkens verandert een individu een klein beetje, en als deze verandering positief is, dan zal natuurlijke selectie voor behoud van deze verandering zorgen. Stap voor stap worden op deze manier adaptaties gevormd. Er zijn echter voorbeelden in de evolutionaire geschiedenis aan te wijzen dat er geen noemenswaardige veranderingen plaatsvonden, gevolgd door een relatief korte periode waarin wel veel veranderingen plaatsvonden. Deze voorbeelden zijn moeilijk in te passen in de Moderne Synthese. De evolutionaire ontwikkelingsbiologie daarentegen heeft hier uitgebreid onderzoek naar gedaan en dit heeft geleid tot modellen die de loop van de evolutie goed kunnen beschrijven en verklaren.

Daadwerkelijke interdisciplinariteit

Dit klinkt allemaal leuk en aardig, maar wat heeft de psychologie hieraan? Allereerst stelt de evolutionaire ontwikkelingsbiologie ontwikkeling centraal, zoals de naam al doet vermoeden. Een individu maakt een bepaalde ontwikkeling door, leidend tot bepaald gedrag, en deze ontwikkeling en dit gedrag geven de aanzet voor nieuwe evolutionaire veranderingen. Dit is een buitengewoon interessant gegeven, omdat het bestuderen van ontwikkeling en gedrag de kerntaak is van de psychologie. We kunnen dus niet alleen kijken naar hoe onze evolutionaire geschiedenis ons huidige gedrag heeft bepaald. We kunnen ook onderzoeken in hoeverre ons gedrag onze evolutie mogelijk heeft gemaakt. Toepassing van deze tweede mogelijkheid, tot nu toe door de evolutionaire psychologie onbenut gelaten, zou de evolutionaire psychologie vele malen breder maken en een stap in de richting van de gewenste metatheorie zijn.

Ten tweede kunnen we het functionalistische kader uitbreiden met het formalistische kader. Dat betekent niet alleen kijken naar de functies van gedrag, maar ook naar welke vormen van gedrag sowieso mogelijk zijn. Is inderdaad alles mogelijk, zoals de functionalisten stellen, of zitten er in gedrag herkenbare patronen die telkens terugkeren en moeilijk veranderbaar zijn?

Ten derde zijn er de moeilijke kwesties in evolutionaire ontwikkelingsbiologie, die vaak parallel liggen aan moeilijke kwesties in de psychologie. Neem bijvoorbeeld de vraag naar discontinuïteit in evolutie. Deze vraag klinkt een psycholoog bekend in de oren, alleen gaat het in de psychologie om de vraag in hoeverre de ontwikkeling van kinderen discontinu is. Misschien hebben evolutie en ontwikkeling van kinderen niks met elkaar te maken, maar dit lijkt onwaarschijnlijk. Het is goed mogelijk dat de wiskundige vergelijkingen die evolutionair ontwikkelingsbiologen toepassen in hun modellen om evolutie te beschrijven, ook een goede beschrijving geven van de ontwikkeling van kinderen. Dit is nog niet onderzocht, maar de modellen die ontwikkeld zijn in de evolutionaire ontwikkelingsbiologie zijn al zo ver ontwikkeld, dat het de moeite waard is om als psycholoog eens een kijkje in de keuken te gaan nemen. Ik ben er van overtuigd dat de psychologie nog heel veel kan leren van de ontwikkelingsbiologie.

De strekking van dit verhaal is dat er veel meer te halen is uit de evolutionaire biologie dan de huidige evolutionaire psychologen tot nu toe hebben gedaan. Door de beperkte blik is het ideaal van een metatheorie voor de psychologie een droom en geen werkelijkheid. Door toevoeging van ideeën en concepten uit de evolutionaire ontwikkelingsbiologie komt het ideaal van de metatheorie een stap dichterbij. Wat we nodig hebben is daadwerkelijke interdisciplinariteit.

Lees nóg een artikel over

biologie

psychologie


of lees verder in

of deel

                   

Noten en/of literatuur

Darwin, C. (1859). The origin of species. London: Murray.
Dawkins, R. (1976). The selfish gene. Oxford: Oxford University Press.
Dawkins, R. (1986). The blind watchmaker. Essex: Longman.
Dennett, D.C. (1995) Darwin’s dangerous idea: Evolution and the meaning of life. New York: Simon & Schuster.
Gottlieb, G. (2002). Developmental-behavioral initiation of evolutionary change. Psychological Review, 109, 211-218.
Goodwin, B. (1994). How the leopard changed its spots: The evolution of complexity. Princeton: Princeton University Press.
Gould, S.J. (2002). The structure of evolutionary thought. Cambridge: Belknap Press of Harvard University Press.
Hall, B.K., & Olson, W.M. (2003) (Eds.). Keywords and concepts in evolutionary developmental biology. Cambridge: Harvard University Press.
Hamilton, W.D. (1964). The genetical evolution of social behavior. Journal of Theoretical Biology, 7, 1-52.
Kauffman, S. (1995). At home in the universe: The search for the laws of self-organization and complexity. Oxford: Oxford University Press.
Stadler, B.M., Stadler, P.F., Wagner, G.P., & Fontana, W. (2001). The topology of the possible: Formal spaces underlying patterns of evolutionary change. Journal of Theoretical Biology, 213, 241-274.
Strickberger, M.W. (1996). Evolution (2nd ed.). Boston: Jones and Bartlett.
Williams, G.C. (1966). Adaptation and natural selection: A critique of some current evolutionary thought. Princeton: Princeton University Press.

Reactie van Eva van den Broek

Geplaatst op 25 oktober 2004 om 11:02:58

Hoi Annemie,wat een mooi genuanceerd stukje! Ik vraag me na lezing af: hoe diep gaat het verband dat je suggereert tussen discontinuiteit in evolutie en sprongen in de ontwikkeling van een kind? Zijn er inderdaad periodes waarin de ontwikkeling van een kind stil *lijkt* te staan, terwijl er ondertussen wel iets verandert (zoals tijdens "neutral evolution", wanneer doelloze drift plaatsvindt op het genetische level)? Op welk niveau vindt de variatie plaats: neuronaal, of in gedrag, of in hypotheses die het kindje maakt?Eva


Reactie van Annemie Ploeger

Geplaatst op 28 oktober 2004 om 09:45:03

Hoi Eva,Bedankt voor je reactie! In hoeverre er lange stiltes en plotselinge veranderingen in de ontwikkeling van kinderen plaatsvinden, is onderwerp van debat in de ontwikkelingspsychologie sinds de ontwikkelingspsychologie is ontstaan. Jean Piaget, de meest beroemde ontwikkelingspsycholoog, was een aanhanger van het idee dat ontwikkeling van een kind in stadia verloopt. Er zijn weer anderen die zeggen dat ontwikkeling continu is, of dat het niet te meten is. De laatste jaren, door toepassing van wiskundige methodes om discontinuiteit te modeleren, is er steeds meer evidentie gekomen voor kleine sprongen, ook wel fasetransities genoemd, in de ontwikkeling. Dus geen grote stadia, waarin elk aspect van het kind in 1 keer een grote ontwikkeling doormaakt, maar kleine sprongen per subonderdeel van de ontwikkeling. Dit komt overeen met algemene theorieen over complexe systemen (zoals bestudeerd aan het Santa Fe Instituut, bijv. Doyne Farmer) waarin wordt aangetoond dat complexe systemen die een ontwikkeling doormaken, altijd fasetransities ondergaan. Dit komt omdat componenten van het systeem met elkaar interacteren, en door deze interactie kan, plotseling, een hogere-orde structuur ontstaan. Dit proces vindt zowel op grote schaal, bijvoorbeeld op evolutionaire schaal, plaats, als op kleine schaal, bijvoorbeeld de ontwikkeling van een individueel kind. Vandaar dat ik denk dat de modellen over hoe evolutie plaatsvindt, ook te gebruiken zijn als model voor de ontwikkeling van het kind.


Reactie van sarah

Geplaatst op 19 maart 2005 om 07:57:02

ik weet dat ik maar 14 ben maar toch leren wij op school over deze theorie, maar het staat overal zo moeilijk uitgelegd, zou u misschien een iets gemakkelijkere versie kunnen doorsturen?alvast bedankt


Reactie van Annemie Ploeger

Geplaatst op 17 november 2005 om 16:38:37

Hoi Sarah,Sorry voor de late reactie; dank je wel voor je commentaar. Het is inderdaad niet heel gemakkelijk, de evolutionaire ontwikkelingsbiologie. Het lijkt me een uitdaging om mijn artikel te herschrijven in eenvoudige bewoordingen voor een jong publiek. Omdat dit natuurlijk wel veel tijd kost, dacht ik dat het leuk zou zijn om het niet alleen voor jou te schrijven, maar voor een breder publiek. Ik heb een mailtje naar het tijdschrift "Kijk" gestuurd, met de vraag of zij belangstelling hebben voor een artikel over dit onderwerp. Helaas heb ik van de redactie geen antwoord gehad op dit mailtje. Dus zal het er voorlopig helaas niet van komen... Als je vragen hebt over dingen die je moeilijk vindt in het artikel, dan wil ik ze natuurlijk graag beantwoorden!Groetjes Annemie


Reactie van jools

Geplaatst op 3 november 2006 om 03:33:51

Ik heb uw artikel en dat van Auke Pols met veel belangstelling gelezen. Dank u. Het is maanden in mijn gedachten blijven rondspelen, en vanavond moest het volgende er toch uit. Volgens mijn bescheiden mening vindt de discussie omtrent de evolutionaire psychologie in een onjuist denkkader plaats. Ten eerste zal een inter-disciplinaire geest altijd bereid zijn de mogelijkheid te overwegen dat een zoektocht naar een allesverbindende theorie in de psychologie, an sich ook een zoektocht zou kunnen inhouden naar precies zo'n theorie van de biologie. Hadden we zulke theorieën, dan zou wellicht die van de biologie wat ruimer gesteld zijn dan die van psychologie, maar een verband tussen die twee zou er altijd moeten zijn, omdat het verschijnsel psyche inherent verbonden is aan de biologie. Immers, los van of de psyche van biologische (functionalistische) of onstoffelijke (formalistische) oorsprong is, ze is overduidelijk een factor die de biologische wereld beïnvloedt.Ten tweede zal geen enkele inter-disciplinair wetenschapper het bestaansrecht van het verschijnsel evolutie zoals bescreven door Darwin tot in het eeuwige kunnen ontkennen. De bewijzen en de toetsing zijn daarvoor te degelijk. Echter, geen enkele inter-disciplinair wetenschapper zal evenzo kunnen ontkennen dat er ook processen lijken plaats te vinden die niet aan het verschijnsel evolutietheorie voldoen. Dit dilemma nu, kan volgens mij de onderzoeker op het verkeerde wetenschapsfilosofische been zetten. In plaats van te onderkennen dat hij/zij zowel in de biologie als de psychologie met de evolutietheorie wellicht een verschijnsel waarneemt dat deel uitmaakt van een grotere werkelijkheid, waarin andere principes - op grond van eveneens door hem/haarzelf waargenomen en getoetste valide verschijnselen - ook werkzaam zijn, meent hij/zij dat hij/zij moet kiezen tussen waar of niet waar.Dit dilemma zal blijven bestaan totdat wetenschappers bereid zijn de mogelijkheid te onderkennen dat hetgeen zij waarnemen en valideren, wel eens onderdeel zou kunnen zijn van een meer-omvattend principe dat ons nu nog ontgaat, waarin wellicht formalisme en functionalisme, en evolutionair en niet-evolutionair in harmonie binnen het menselijk denken zou kunnen functioneren. Wellicht vraagt u mij nu: wat is dan dat principe? Ik heb uiteraard geen flauw idee. Chaos-theorie, Quantum-theorie? Daar waag ik mij niet aan en het is ook niet het doel van mijn schrijven. Ik constateer slechts dat het best wel eens zo zou kunnen zijn dat de huidige wetenschap ontzettend haar best is aan het doen om een antwoord te vinden op een vraag die wellicht helemaal niet gesteld zou moeten worden. Wat betreft de evolutietheorie wijst mijns inziens veel erop dat men in het bezit is van een valide 'pars', maar niet van een 'toto'.


Reactie van Annemie Ploeger

Geplaatst op 9 februari 2007 om 15:05:52

Dank je wel voor je reactie. Fijn om te horen dat m'n artikel heeft aangezet tot nadenken.Natuurlijk kan evolutietheorie geen antwoord geven op alle vragen in de wetenschap. Het kan echter wel een denkkader geven, waarbinnen bepaalde gegevens geinterpreteerd kunnen worden, en van waaruit nieuwe hypothesen gegenereerd kunnen worden. Tot nu toe bewijst de evolutionaire psychologie ruimschoots haar dienst op dit gebied, gezien de vele artikelen in gerenommeerde wetenschappelijke tijdschriften. Het kan natuurlijk altijd beter, zie dan ook de kritiek in mijn artikel.Het grote voordeel van de evolutionaire psychologie is dat het een multi-disciplinair vakgebied is, waarbij data vanuit vele vakgebieden bij elkaar worden gebracht. Als je nog meer inspirerende teksten wil lezen, kijk dan eens naar het artikel van Schmitt en Pilcher, 2004, Psychological Science, volume 15, number 10, "Evaluating Evidence of Psychological Adaptation: How Do We Know One When We See One?". Hierin staat een overzicht van alle vakgebieden die bijdragen aan de evolutionaire psychologie: all subdisciplines in psychology, all subdisciplines in biology, medical studies, cultural/physical anthropology, ethnographic studies, human/animal ethology, human behavioral ecology, human sociobiology, comparative psychology, primatology, paleaontology, behavioral/population genetics, experimental gene mapping, articifical intelligence, economics (game theory / cost-benefit analyses). Als ik dit rijtje zo zie, dan kom je toch dicht in de buurt van 'toto'.Groetjes Annemie


Reactie van jools

Geplaatst op 11 maart 2007 om 21:00:03

Dank u voor uw reactie en de aanbevolen literatuur. Dien aangaande wil ik erop wijzen dat mijn pleidooi tot voorzichtigheid omtrent de reikwijdte van evolutionaire modellen binnen de psychologie eerder ontologisch van aard is dan epistemologisch.Met Popper zult u het hopelijk met mij eens zijn dat een hoge corroboratiegraad geen criterium is voor het waarheidsgehalte van een theorie. Met andere woorden, het 'toto' van singuliere uitspraken in de inductiefase van de empyrische cyclus staat los van het 'toto'-gehalte van de theorie als ontologisch object. Of met weer andere, maar dan eenvoudiger woorden: dat er veel bewijzen zijn voor een theorie wil nog niet zeggen dat deze daardoor een hoger universeel waarheidsgehalte verkrijgt. Bovendien ben ik het met Auke Pols eens dat de evolutionair psychologische literatuur menig voorbeeld kent van niet-falsifieerbare hypothesen - een ander Popperiaans criterium waaraan een toestbare wetenschappelijke theorie zou moeten voldoen. En dan laten we de voorbeelden van falsificatoren die de theorie lijken te weerleggen nog buiten beschouwing.U zult in mij echter geen voorstander vinden van intelligent design of iets dergelijks. Mijns inziens verdoezelen dergelijke discussies onze klare blik op wetenschap en kennis, en ik heb hierboven al geschreven dat we op basis van onze feiten amper kunnen ontkennen dat er inderdaad een principe bestaat als evolutie zoals beschreven door Darwin en de zijnen, iets wat trouwens met de ontdekking van de genetica alleen maar aannemelijker is geworden. En met u ben ik het eens dat het zeer de moeite waard is om op zoek te gaan naar de toepasbaarheid van dit principe binnen de psychologie. Als ik de resultaten tot nu toe mag samenvatten, dan luidt de conclusie dat wij inderdaad een evolutionair proces kunnen waarnemen in de ontwikkeling van de menselijke psyche. Echter, deze waarneming zegt niets over de hiërarchische rang die dit principe bekleedt binnen onze ontologie. Naar mijn mening ligt dan ook, zoals zo vaak in de wetenschap, het gevaar op de loer dat er uit het bewijsmateriaal onrechtmatige conclusies getrokken kunnen worden.


Reactie van Daan Jansen

Geplaatst op 11 augustus 2009 om 20:17:10

Hoi Annemarie, Misschien een rare vraag, maar kun je me vertellen waar ik meer informatie over evolutionaire psychologie kan vinden?ik werk momenteel in de financiele wereld (ben 27) en sta op het punt een grote omslag te maken. psychologie heeft me altijd al bijzonder geïnteresseerd, maar sinds ik vernomen heb van evolutionaire psychologie heb ik het idee dat dit hetgeen is waar ik mijn leven aan wil gaan besteden! ik droom erover (dat ik medische studie doe) en ik popel om meer, veel meer hierover te weten te komen. wat ik voor mezelf helder wil krijgen, is dat ik niet e.e.a. romantiseer. wetenschap en psychologie gecombineerd doet mijn bloed sneller stromen. ik heb alleen nul komma nul ervaring in deze wereld. weet ook niet wat ervoor nodig is om aan het werk/studie te komen hierin. Kun je me tips/links geven o.i.d? Groetjes Daan Jansen


Reactie van K.J. Kan

Geplaatst op 17 november 2009 om 16:50:37

De discussie tussen functionalsiten en formalisten herinnerde me aan de volgende woorden van Kelso (1996, dynamic patterns: the self-organization of brain and behavior)"[T]he classic dichotomy between structure and function fades[...] Ultimately, all we are left with is dynamics, self-sustaining and persisting on several space-time scales""[B]oth [structure and function] are dynamical processes distinguished only by the time scales on which they live."De echte meta-theorie in de psychologie lijkt me dynamische systeem theorie (met in de hoofdrol zelf-organisatie). Dit is bijvoorbeeld te zien als we de genoemde verschillende paden in de evolutionaire ontwikkelingsbiologie bekijken: 1) embryonale ontwikkeling 2) de (reciproke) relatie tussen nieuw gedrag en genetische verandering 3) discontinuiteitDiscontinuiteit, reciprociteit, en ontwikkeling/evolutie (= verandering) zijn typische termen die in dynamische systeem theorie figureren.


Reactie van Gijs Versluys

Geplaatst op 2 december 2009 om 18:16:27

Hallo Annemarie, graag zou ik willen weten of er in het vakgebied van de evolutionaire psychologie literatuur te vinden is die een verklaring geeft van menselijk gedrag wat betreft het plunderen van wat onze planeet te bieden heeft aan fossiele grondstoffen, het eten van vissen en dieren en het gebruiken van de natuur om groter te wonen en verder te reizen. Darwin c.s. hebben een verklaring gevonden over het ontstaan van de vele vormen van leven in ongeveer een miljoen jaren, maar sindsdien - in wezen na de uitvinden van stoom- en electromachine - zijn wij met zijn allen in nog geen twee honderd jaar er in geslaagd om het leefklimaat op onze planeet wellicht onleefbaar te maken. Het bovenstaande lijkt geen serieuze vraag maar is het wel want ik wil het gebruiken voor een werkproject.met vriendelijke groet,


Reactie van Darwin

Geplaatst op 3 februari 2010 om 15:40:21

Geachte Collega,Tien jaar geleden deed de bioloog Edward O. Wilson een oproep tot consilience; een uitwisseling van wetenschappelijke gegevens vanuit natuurwetenschappen, gedragswetenschappen en geesteswetenschappen. Specifiek om vanuit de sociobiologie te komen tot een overkoepelende theorie voor de evolutie van cognitief vermogen. De aanzet tot zo’n theorie bevindt zich op de site www.cognitieve-evolutie.nlDeze is samengesteld en geconstrueerd uit een overvloed aan recente wetenschappelijke puzzelstukjes, aangedragen vanuit diverse disciplines, die specifiek aanleiding en ondersteuning geven voor deze cognitieve-evolutietheorie. De belangrijkste daarvan, die nu bij de evolutie van het cognitieve vermogen aan de orde komen, zijn: ecologie, ethologie, celbiologie en moleculaire biologie. Verder genetica, neurologie, psychologie, ethica, sociologie, antropologie, semantiek, semiotiek en filosofie. We nodigen wetenschappers in bovengenoemde niches uit, aanvullende bijdragen te leveren aangaande de mechanismen van het totale proces. Het gastenboek nodigt iedereen uit tot kritisch commentaar, correctie of aanvulling.Groet Darwin


Reageren




De redactie behoudt zich het recht voor om reacties in te korten of te verwijderen indien daar reden toe is.


           


Lees nóg een artikel over

biologie

psychologie



Alle edities   Vakgebieden  
             
Wilt u op de hoogte gehouden worden van nieuwe edities en activiteiten van Blind? Meldt u aan voor onze digitale nieuwsbrief:



Het e-mailadres wordt alleen gebruikt voor toezending van de e-mail met de links naar de nieuwe editie. Het adres staat opgeslagen bij MailChimp. MailChimp hanteert een eigen privacybeleid waarmee u instemt als u zich abonneert op onze nieuwsbrief. Elke nieuwsbrief toont een link waarmee toezending kan worden gestopt. Om uw adres eventueel nog te laten verwijderen uit het opzeggingenbestand stuurt u een e-mail aan redactie@ziedaar.nl.