8    Geloof in religie

Interview: Religie nu
Liesbeth Beneder
- 2 reacties

Een conflict tussen geloof en wetenschap
Inge van der Bijl
- 3 reacties

Intelligent Design: wetenschap of pseudowetenschap?
Ard Tamminga
- 8 reacties

'As long as we stay with the horse we can keep our society'
Hanneke Posthumus

Foucault en het kruitvat islam
Inger Kuin

Geldt voor kerkgenootschappen een bijzonder onrechtmatigedaadsrecht?
Fokko T. Oldenhuis

De ontrafeling van religie
Carola Houtekamer
- 2 reacties

Freud over religie
Elisa Hermanides
- 8 reacties

Column: Een AI'er met het bahá'í-geloof
Frank Dignum
- 3 reacties

colofon  issn 1879-8144  25 april 2006

Alle edities   Vakgebieden            
English   Over Blind       Vacatures
Volg ons:               
© 2004–2019 Blind    disclaimer   cookies

 

BLIND
8
 online interdisciplinair tijdschrift  
BLIND 8
alle edities      



zoeken + vakgebieden       



random editie       



vorige editie       



volgende editie       
naar boven       

Foucault schreef in de jaren zeventig dat de islam het gevaar loopt een gigantisch kruitvat voort te brengen. Zijn analyse van de islam is in de huidige samenleving opnieuw interessant. In een reeks artikelen over de islamitische revolutie in Iran laat hij zien wat de invloed van religie kan zijn. Naar aanleiding van haar scriptie schreef Inger Kuin in dit artikel waarom Foucaults ideeën uit de jaren zeventig ons nu weer kunnen helpen bij het begrijpen van fanatieke moslims.

Inger Kuin studeerde filosofie en journalistiek aan de UvA. Op het moment is zij journaliste voor het NRC Handelsblad.


Lees het artikel

BLIND 8 - Geloof in religie
sluiten

Hoofdredactie

Elisa Hermanides
Arno Verweij


Eindredactie

Inge van der Bijl


Redactie

Liesbeth Beneder
Auke Pols
Hanneke Posthumus


Redactieraad

prof. dr. Johan van Benthem
drs. Kim van den Berg
dr. Casper de Groot
prof. dr. Michel Haring
prof. dr. Ed van den Heuvel
drs. Machiel Keestra
dr. Bernard Kruithof


klik hier voor huidige redactie


sluiten

Foucault en het kruitvat islam

              
alle bijdragen van deze auteur
korte inleiding & meer over de auteur
all articles by this author
short intro & about the author
artikel door Inger Kuin

'Ik heb gehandeld uit geloof.' Dat zei Mohammed B. kort nadat de rechtbank hem voor de moord op Theo van Gogh had veroordeeld tot levenslange gevangenisstraf, tijdens de rechtszitting op 12 juli 2005. Hij vervolgde: 'Als het mijn vader of mijn broertje was, had ik hetzelfde gedaan. (...) U mag al uw psychologen, psychiaters en deskundigen op me af sturen, maar ik zeg u, u zult dit nooit begrijpen. Dat kunt u niet. Als ik vrij kom, en ik had de mogelijkheid om nog een keer te doen wat ik op twee november deed, wallah, ik zou precies hetzelfde hebben gedaan.'

Deze zinnen laten zien hoe haaks de opvattingen van Mohammed B. staan op die van de Nederlandse samenleving. Sinds het einde van de verzuiling is in Nederland religie uit het publieke domein gebannen. Geloven is iets wat je thuis doet. Je neemt het niet mee de straat op, laat staan naar je werk. Hiermee is religie ook geen onderwerp van publieke discussie of debat. De manieren om met de religie van de ander om te gaan en erover te praten zijn verdwenen. Dat iemand als Mohammed B. echt uit diep geloof handelt, is voor ons onbegrijpelijk en angstaanjagend. Daarom laten we hem onderzoeken in het Pieter Baan Centrum, in de hoop dat we zijn denkwijze onschadelijk kunnen maken door hem gek te verklaren. Dat is niet gelukt: Mohammed B. weigerde iedere medewerking.

De filosoof Michel Foucault schokte in de jaren zeventig van de vorige eeuw de Franse intellectuelen op vergelijkbare wijze als Mohammed B. dat nu in Nederland doet. In zijn journalistieke artikelen over de islamitische revolutie in Iran toonde hij de kracht en de macht van religie. De aanhangers van Khomeini wilden het regime van de sjah vervangen door een islamitische staat. Dat de revolutie echt religieus gemotiveerd was wilde en kon de seculiere Franse elite niet begrijpen. Zij interpreteerden de revolutie als een uiting van de vertrouwde klassenstrijd. Foucault werd weggezet als Khomeini-aanhanger en in eigen land een paria. Zo maakten de Franse intellectuelen Foucaults bedreigende analyse onschadelijk.

Foucault kan ons behulpzaam zijn bij de omgang met de fanatieke moslims van vandaag. Zijn beschrijvingen van de politieke islam van de Iraniërs zijn vaak visionair. Tussen de aanhangers van Khomeini toen en moslimfundamentalisten nu bestaan veel parallellen: het streven naar een islamitische regering, het terugverlangen naar de begintijd van de islam en sterke antiwesterse sentimenten.

Voor Foucault was de journalistiek niet een uitstapje uit zijn normale werk als filosoof. Wat hem betreft hebben de filosofie en de journalistiek een gedeelde taak: ze houden zich allebei bezig met het heden en de vraag naar wie wij zijn. In tegenstelling tot de postmodernisten vindt Foucault dat de wereld wemelt van ideeën. Deze ideeën bepalen onze wereld, het heden en onze identiteit. De ideeën zijn niet terug te vinden in boeken, maar alleen te onderzoeken door de straat op te gaan en met de mensen te spreken die deze ideeën bij zich dragen. Iedere filosoof die de vraag naar het heden en onze identiteit wil beantwoorden, de taak van de filosofie volgens Foucault, moet dus in een journalistieke zoektocht de straat op om met mensen te spreken en de ideeën op te sporen. Foucault noemt deze journalistiek ideeënjournalistiek. Als ideeënjournalist ging Foucault naar Iran.

'Tijdens mijn hele verblijf in Iran heb ik niet één keer het woord revolutie uit horen spreken. Maar vier van de vijf keer hebben mensen mij geantwoord: "een islamitische regering".' Foucault schrijft dat dit het resultaat was van zijn wandelingen door Teheran en Qom, waarbij hij de mensen op straat vroeg wat ze wilden. Wat zij wilden was een islamitische regering. Om te laten zien wat de Iraniërs hieronder verstaan vertelt hij een lokale successtory na. 'Tien jaar geleden was er een aardbeving in Ferdows. De hele stad moest herbouwd worden.' Foucault vertelt hoe de boeren onder leiding van een geestelijke met succes samen een stukje verderop een nieuw stadje opbouwen. Ze noemen het 'Islamieh'. Hij besluit het verhaal met: 'Daarvan dromen mensen als ze spreken van een islamitische regering.'

Foucault benadrukt in zijn teksten de kracht die dit verlangen aan de Iraniërs geeft. Het geloof verenigt demonstranten van alle klassen en leeftijden, mannen en vrouwen. Onder intellectuelen van zijn tijd wordt het geloof gezien als een zwakte. De marxistische opvatting dat geloof 'opium voor het volk' is, is populair onder de elite. Foucaults verhalen logenstraffen deze ideeën. Hij schrijft: 'Weet u welke zin de Iraniërs tegenwoordig het hardst doet schaterlachen? Die voor hen het meest dwaas, platst en meest westers is? "Religie, opium voor het volk".'

De Iraniërs toen en de moslimfundamentalisten nu hebben ook wereldse motieven. Ze delen vaak een gevoel van onrechtvaardigheid, van achterstelling op economisch gebied. Wat Foucault ons echter duidelijk maakt is dat de economische analyse niet afdoende is om hun activisme te begrijpen. Iraniërs van alle rangen en standen, ook zij die rijk en hoogopgeleid waren, namen deel aan de revolutie. Religie kan meer zijn dan particuliere troost en houvast en is dat ook vandaag de dag nog voor een groot deel van de wereldbevolking.

Deze analyse maakt Foucaults artikelen ook filosofisch interessant. Hij heeft het lef om religie te herintroduceren in het filosofische discours. Dat hij hierin weinig navolging heeft gekregen, is iets waar we nu nog de wrange vruchten van plukken. Foucault schreef ten tijde van de Iraanse revolutie al over de explosiviteit van de islam en de kracht van de ideologie van het martelaarschap. Dat zijn tijdgenoten dit weigerden onder ogen te zien houdt er verband mee dat de intellectuelen van nu vanuit hun extreem seculiere wereldbeeld geen enkele aansluiting kunnen vinden bij het gedachtegoed van onze Mohammed B.'s en Samir A.'s.

Als we op een andere dan gewelddadige manier de ontmoeting van de westerse en moslimwereld willen volbrengen, zullen we moeten proberen ons te verplaatsen in de denkwereld van religieuze fanatici. Alleen dan kan er een inhoudelijk debat tot stand worden gebracht. Foucaults analyse van de politieke islam en zijn werkwijze kunnen ons daarbij tot voorbeeld dienen.

Foucault schreef in 1979: 'De islam – die niet gewoon een religie is, maar een manier van leven, een verbondenheid met een geschiedenis en een beschaving – loopt het gevaar een gigantisch kruidvat voort te brengen, op een schaal van honderden miljoenen mensen.' Het lijkt er steeds meer op dat hij hierin gelijk krijgt.

Lees nóg een artikel over

politiek

religie


of lees verder in

of deel

                   

Noten en/of literatuur

De citaten in het artikel zijn afkomstig uit de artikelen die Foucault over Iran schreef, zoals deze zijn opgenomen in Dits et écrits 1954-1988, uitgegeven door D. Defert en F. Ewald bij Gallimard. De vertaling is van de auteur.

Reageren




De redactie behoudt zich het recht voor om reacties in te korten of te verwijderen indien daar reden toe is.


           


Lees nóg een artikel over

politiek

religie



Alle edities   Vakgebieden  
             
Wilt u op de hoogte gehouden worden van nieuwe edities en activiteiten van Blind? Meldt u aan voor onze digitale nieuwsbrief:



Het e-mailadres wordt alleen gebruikt voor toezending van de e-mail met de links naar de nieuwe editie. Het adres staat opgeslagen bij MailChimp. MailChimp hanteert een eigen privacybeleid waarmee u instemt als u zich abonneert op onze nieuwsbrief. Elke nieuwsbrief toont een link waarmee toezending kan worden gestopt. Om uw adres eventueel nog te laten verwijderen uit het opzeggingenbestand stuurt u een e-mail aan redactie@ziedaar.nl.