15    Leven en dood

'Ik rouw' en 'wij rouwen': het verband tussen samen en alleen
Cas Wouters

Een leven als avatar
Linda Adrichem en Dennis van den Berg
- 1 reactie

Bermmonumenten als plekken met betekenis
Mirjam Klaassens, Peter Groote en Vincent Breen
- 2 reacties

Doding gevolgd door zelfdoding
Marieke Liem

Ultieme getuigenis
Joo Hee Heidebrink
- 1 reactie

Wat doen die nieuwe hersencellen daar?
Paul J. Lucassen, Eva C. Verbeek en Charlotte A. Oomen
- 3 reacties

Je bent al iemand en je maakt al iets
Petra Else Jekel

Column: Definitieve flauwte
Bert Keizer
- 1 reactie

colofon  issn 1879-8144  28 maart 2008

Alle edities   Vakgebieden            
English   Over Blind       Vacatures
Volg ons:               
© 2004–2018 Blind    disclaimer   cookies

 

BLIND
15
 online interdisciplinair tijdschrift  
BLIND 15
alle edities      



zoeken + vakgebieden       



random editie       



vorige editie       



volgende editie       
naar boven       

Doodgaan blijft voor velen een groot mysterie: onbekend, duister. Maar zoals bij vele duistere mysteries bestaan er onbewust vele aannames met betrekking tot dit fenomeen. Bert Keizer komt als verpleeghuisarts veel in aanraking met de dood en gaat in deze column, die eerder in Trouw verscheen, tegen enkele van deze aannames in. Zo is doodgaan volgens hem bepaald geen prestatie en ook geen duidelijke gebeurtenis. Niet het duidelijk overstappen van een grens. Ook vertelt Keizer over zijn ervaringen met de bewuste en gekozen manier van sterven door het plegen van euthanasie.

Bert Keizer is arts, filosoof en schrijver. Hij heeft eerst filosofie gestudeerd in Nottingham en vervolgens geneeskunde aan de UvA. Na kort in Kenia te hebben gewerkt, werd hij verpleeghuisarts in Amsterdam. In 1994 kwam zijn eerste boek uit, Het Refrein is Hein. Hierna publiceerde hij nog drie boeken, Tijdelijk Feest (1998), Wittgenstein (2000) en Alles wordt Niets (2002). In 2006 ging de opera Alzheimer in première waarvoor Keizer het libretto heeft geschreven. Verder schrijft hij columns in Medisch Contact en Trouw. Februari dit jaar verschijnt Welk een Waagstuk is een Brief, een vertaling van een selectie uit de correspondentie van de Amerikaanse dichteres Emily Dickinson (1830-1886).


Lees de column

BLIND 15 - Leven en dood
sluiten

Hoofdredactie

Iris Groen
Elisa Hermanides


Eindredactie

Gerard van den Akker


Redactie

Mark Beumer
Maud Dahmen
Martin Olsthoorn
Daphne van der Pas
Arno Verweij (webmaster)
Maureen Voestermans
Jorine Zandhuis


Redactieraad

prof. dr. Johan van Benthem
drs. Kim van den Berg
dr. Casper de Groot
prof. dr. Ed van den Heuvel
drs. Machiel Keestra
dr. Bernard Kruithof


klik hier voor huidige redactie


sluiten

Definitieve flauwte

              
alle bijdragen van deze auteur
korte inleiding & meer over de auteur
all articles by this author
short intro & about the author
column door Bert Keizer

Sterven wordt overdreven, in allerlei opzichten. Allereerst wordt de moeilijkheidsgraad zwaar overschat: totnogtoe is het ook voor de grootst mogelijke sufferd haalbaar gebleken om zich over die hindernis heen te werken en vervolgens aan de andere kant van het hek in de dood neer te ploffen. Waarmee we meteen met het valse beeld van een hindernis zitten, want een stervende hoeft immers nergens overheen, hij mag juist, nee hij gaat juist alle verdere hindernissen uit de weg en zijgt neer voor een imaginair drempeltje van nul centimeter hoog. In dit beeld zit nog teveel richting, alsof een stervende de kant van de dood uit slentert, ergens heen gaat. Als er dan toch gegaan moet worden, laten we dan zeggen dat de stervende achteruit loopt, rug naar de dood en blik op het leven gericht. Wat zou er de andere kant opkijkend immers te zien zijn? Sterven is niet een hindernis nemen of ergens overheen klimmen, het is als flauwvallen, maar dan wel een definitieve flauwte, waaruit je niet meer bijkomt. Slapen, noemde Shakespeare die toestand, maar voegde daar aan toe 'perchance to dream': 'als 't maar bij slapen blijft!'.

Een tweede opzicht waarin sterven overdreven wordt, is de de duidelijkheid van de overgang. Als ze eenmaal dood zijn, blijkt dat de stervenden iets zo onvoorstelbaars hebben verricht, dat het haast niet zo kan zijn dat daar geen knal of lichtflits aan te pas moet zijn gekomen.

In Elsschots Kaas beschrijft de onfortuinlijke Frans Laarmans zijn zeer oude moeder als 'een uitgaande lamp die dreigt te ontploffen bij wijze van afscheid'. Zo luid sterft ze echter niet. Ze glijdt gewoon weg, al had Laarmans graag iets anders gezien: 'want hoe ik haar innerlijk ook sommeerde rechtop te komen zitten en de hele bende met haar geduchte glimlach uiteen te drijven, het mocht niet baten. Zij lag zo stil als alleen een dode liggen kan. 't Was nog gauw gegaan en 't had weinig gescheeld of ik was er niet bij geweest.'

Die laatste indruk is kenmerkend. Het gebeurt allemaal in een vloek en een zucht, als er al iets gebeurt. Op het station rond het afscheid bij de trein hoor je nooit de vraag: 'Is ze al vertrokken?', want dat is voor iedereen duidelijk. Maar rond een pas gestorvene is de meest gehoorde vraag: 'Is ze dood?' Zo onduidelijk is het als je de duidelijkheid eist van een gewoner afscheid.

Ik sta heel soms bij stervenden die precies weten wat ze aan het doen zijn, omdat ze in het kader van euthanasie zojuist een dodelijke dosis barbituraten hebben ingeslikt. Na het innemen van het drankje moet je vervolgens een angstwekkend gebied oversteken: dat laatste stukje levensweg dat in deze omstandigheden recht naar het graf voert. Ik vind het een doodeng traject. Mijn angst als omstander is de dreiging van paniek: wat zou natuurlijker zijn dan nu, nu het nog kan, op de drempel van de vergetelheid, jezelf snikkend terug te werpen in de armen van het leven? Wat niet gaat, want die barbituraten zitten erin.

Maar in mijn ervaring herinneren degenen die zichzelf als op een rail geplaatst hebben om dat laatste stukje af te leggen, zich ook dan nog de redenen waarom ze het leven niet langer wilden. Voor hen is dat gemaakt huiswerk, een verschrikkelijk moeilijke opgave, de moeilijkste van hun hele leven, die ze evenwel af hebben, en daardoor ontstaat er ruimte voor andere zaken. Zo had ik tot mijn schande een keer vergeten mijn mobieltje af te zetten en klonk het gehate signaal (een ergerlijk melodietje, door een van mijn huisgenoten in een jolige bui geselecteerd) dwars door de Laatste Minuten heen van een stervende vrouw.

Ze vroeg mij: 'Kent u dat liedje?'

Terwijl ik zat te hannesen om dat rotding uit de gescheurde voering van mijn colbertje tevoorschijn te rukken om het ter plekke symbolisch op de grond te vertrappen als straf voor de ontwijding van deze Kostbare Momenten, praatte zij rustig door over het liedje:

'Dat is Hannes 'loopt op klompen', is het niet Gert?' zei ze tegen haar zoon.

Gert wist het niet, maar tastte even welwillend als vergeefs rond in zijn geheugen, terwijl ik even kwaadwillend als beschaamd in gedachten mijn huisgenoot te lijf ging met die verrekte Hannes. En voordat iemand nog een keer Hannes kon zeggen hadden we de oversteek volbracht en had ze het bewustzijn verloren.

Maar het blijft een oversteek, waar op de een of andere manier deining bij moet, anders is het zo niks. Ik weet niet meer wie het was die op zijn sterfbed tegen zijn vrienden zei: 'Laat me niet zomaar doodgaan, in godsnaam vertel ze dat ik iets spitsvondigs zei.' Ik heb nog nooit meegemaakt dat iemand bij het sterven zozeer voor de spiegel bleef staan, zozeer in de spiegel van het nageslacht bleef controleren of zijn haar goed zat, bij wijze van spreken.

Nee, het is meestal Hannes of iets uit die contreien.

Een van de aardigste opmerkingen maakte een mevrouw die tijdens de oversteek met een plagerig lachje tegen de omstanders zei: 'Ik denk nog steeds hoor!'

Ergo sum. Maar nee, het was geen citaat natuurlijk, het kwam zomaar in haar op.

Lees nóg een artikel over

filosofie

sociologie


of lees verder in

of check

Alle edities   Vakgebieden  
             

                   

Reactie van Iris

Geplaatst op 12 mei 2008 om 23:01:31

Ik vraag me af waarom in films, en ook in dit verhaal over de laatste minuten van een stervende vrouw, mensen die op het punt staan te overlijden altijd zo 'vredig' worden geportretteerd. Komt het nooit voor dat mensen op het moment dat ze bijna sterven vreselijk bang zijn, dat ze schreeuwen of schoppen en dan ineens overleden zijn? Bij ouden of zieken gaat het doodgaan (ook als er geen sprake is van euthanasie) vaak gepaard met grote hoeveelheden pijnstillers of morfine, wat tot een zeker versuffing zou kunnen leiden, maar dat hoeft natuurlijk niet altijd het geval te zijn. Heeft iedereen, als het moment daar is, er 'vrede mee' dat hij of zij dood gaat?


Reageren




De redactie behoudt zich het recht voor om reacties in te korten of te verwijderen indien daar reden toe is.


           


Lees nóg een artikel over

filosofie

sociologie


Lees verder in

of check

Alle edities   Vakgebieden  
             
Wilt u op de hoogte gehouden worden van nieuwe edities en activiteiten van Blind? Meldt u aan voor onze digitale nieuwsbrief:



Het e-mailadres wordt alleen gebruikt voor toezending van de e-mail met de links naar de nieuwe editie. Het adres staat opgeslagen bij MailChimp. MailChimp hanteert een eigen privacybeleid waarmee u instemt als u zich abonneert op onze nieuwsbrief. Elke nieuwsbrief toont een link waarmee toezending kan worden gestopt. Om uw adres eventueel nog te laten verwijderen uit het opzeggingenbestand stuurt u een e-mail aan redactie@ziedaar.nl.