19    Sex and the Sciences

Het mysterie van de seksuele aantrekkelijkheid
Peter De Cleen
- 6 reacties

De erotisering van Barbie
Merle Gosewinkel

Seks en erotiek in hindoeïsme en boeddhisme
Paul van der Velde
- 4 reacties

De tragische paradox der driften
Marianne Mann
- 2 reacties

Disgust and Vaginismus
Charmaine Borg en Peter de Jong
- 13 reacties

Pedofilie: lastige lusten
Karin Visser
- 3 reacties

colofon  issn 1879-8144  4 maart 2009

Alle edities   Vakgebieden            
English   Over Blind       Vacatures
Volg ons:               
© 2004–2018 Blind    disclaimer   cookies

 

BLIND
19
 online interdisciplinair tijdschrift  
BLIND 19
alle edities      



zoeken + vakgebieden       



random editie       



vorige editie       



volgende editie       
naar boven       

Pedofilie wordt – vergeleken met misdrijven als kindermishandeling of vrouwenhandel – zeer fel veroordeeld in de Nederlandse maatschappij en media. Burgers nemen het recht in eigen handen en beginnen een heuse jacht op vermeende pedofielen. Karin Visser stelt zich de vraag waar deze heftige maatschappelijke woede vandaan komt. Is een gelijksoortige collectieve afkeer tegenover pedofilie van alle tijden? In haar uitgebreide artikel behandelt Karin de verschillende wetenschappelijke verklaringen, de rechtelijke aspecten en de behandelingen die in gebruik zijn.

Karin Visser is een pseudoniem. De auteur heeft sociale geografie gestudeerd.


Lees het artikel

BLIND 19 - Sex and the Sciences
sluiten

Hoofdredactie

Maud Dahmen
Martin Olsthoorn


Eindredactie

Gerard van den Akker
Sarah Welling (Engelse taal)


Redactie

Katja de Jong
Katja Keuchenius
Daphne van der Pas
Arno Verweij (webmaster)
Hanna Zwietering


Redactieraad

drs. Kim van den Berg
dr. Wim Ghijsen
dr. Casper de Groot
prof. dr. Ed van den Heuvel
drs. Machiel Keestra
dr. Bernard Kruithof
drs. Tamara Metze
dr. Onno Meijer
Lucy Wenting, MA


klik hier voor huidige redactie


sluiten

Pedofilie: lastige lusten

              
alle bijdragen van deze auteur
korte inleiding & meer over de auteur
all articles by this author
short intro & about the author
artikel door Karin Visser

Eind november 2008 kwam misdaadverslaggever Peter R. de Vries wederom met een spraakmakende uitzending op de televisie. Ditmaal waren de ogen van miljoenen kijkers gericht op een vijfendertigjarige man uit Nieuw-Vennep. Hij zou via Hyves aanpappen met jonge jongens, met als belangrijkste doel: seks. Naar aanleiding van de uitzending heeft de politie de man aangehouden op verdenking van ontucht met minderjarigen.

Je zou denken dat het rechtssysteem zijn werk verder doet en dat daarmee de kous af is. Niet dus: op het door fora overspoelde internet wordt de man in kwestie publiekelijk veroordeeld in vaak pittige bewoordingen. Bijvoorbeeld op de voormalige website www.seriecentral.nl:

'Zo iemand moet gestraft worden en tot het eind van zijn leven ongelukkig zijn, want ook als er psychologische hulp aangeboden wordt, is zo'n vies varken volgens mij niet te genezen. Je zou hem moeten castreren en er voor zorgen dat hij niet meer in aanraking kan komen met kinderen voor de rest van zijn leven!' (Seriecentral, 2008)

Of op de site van opinieblad Elsevier: 'Geef me je adres en ik kom je wel ff vertellen hoe het leven eruit ziet na het gehobby van jouw soort smeerlappen, gofferdegofferdegoffer!!!!' (Elsevier, 2008)

Zulke felle reacties zijn exemplarisch voor pedoseksualiteit. Een vogelvlucht langs internetsites laat zien dat andere ernstige misdrijven – zoals mensenhandel of (kinder)mishandeling – op veel minder maatschappelijke verontwaardiging kunnen rekenen. Blijkbaar zijn pedofielen behoorlijk onbemind in Nederland. De centrale vraag in dit artikel is waar de maatschappelijke woede over pedofilie vandaan komt en of die boosheid altijd en overal hetzelfde is. Eén ding staat in ieder geval als een paal boven water: pedofilie is behalve onbemind ook onbekend. De kennis van veel mensen over het onderwerp laat nogal te wensen over.

Pedofilie: ins & outs

Dit artikel begint met een duik in wereld van de pedoseksualiteit en parafilieën. Het is belangrijk om onderscheid te maken tussen pedofilie en pedoseksualiteit. De eerste term wordt in de praktijk vaak gebruikt in de betekenis van de laatste. De term pedofilie, die afkomstig is uit het Grieks ('pedo' betekent kind en 'filia' betekent vriendschap), verwijst naar het seksuele verlangen naar kinderen. Een pedofiel is dus iemand die behoefte heeft aan seks met kinderen, zelfs als het daar in de praktijk nooit van komt. Als een pedofiel ook daadwerkelijk seks heeft met kinderen is hij (of zij) een pedoseksueel. Het kan gaan om kinderen van alle leeftijden, van baby's tot pubers. Niet iedereen die een kind misbruikt is overigens pedofiel en pedoseksueel: er moet sprake zijn van een duidelijke seksuele voorkeur. Iemand die seks heeft met een kind bij gebrek aan een volwassen alternatief valt dus buiten de definitie.

Veel deskundigen beschouwen pedofilie als een pathologische – of ziekelijke – aandoening. Deze visie sluit aan op de Diagnostic and Stastical Manual of Mental Disorders (DSM), de wetenschappelijke Bijbel voor psychiatrische aandoeningen. De DSM duidt pedofilie aan als een zogenaamde parafilie, een 'terugkerende, seksueel intens opwindende fantasie, impuls of gedraging, die prototypisch betrekking heeft op niet-menselijke objecten, het lijden of vernederen van zichzelf of een persoon en/of andere niet-instemmende personen.' Om aan de definitie van een parafilie te voldoen moeten de symptomen bovendien minstens zes maanden aanhouden en moet er sprake zijn van 'een significante mate van lijden of belemmering in het sociale en beroepsmatige leven.' Voorbeelden van andere parafilieën zijn exhibitionisme, voyeurisme en seksueel sadisme.

Er bestaat geen wetenschappelijke consensus over de oorzaken van pedofilie. Vier uiteenlopende verklaringen domineren het debat. In de eerste plaats zou er sprake kunnen zijn van een verstoorde psychoseksuele ontwikkeling. Volgens Freud doorloopt ieder mens in zijn kindertijd bepaalde seksuele ontwikkelingsstadia, zoals de orale, anale en genitale fase. Als deze seksuele ontwikkeling wordt verstoord, kan er fixatie – het blijven hangen in een fase – of regressie – het teruggaan naar een eerdere fase – optreden, wat weer kan leiden tot pedofiele neigingen op latere leeftijd. De tweede verklaring voor pedofilie komt uit de hoek van de zogenaamde leertheoretici – een stroming binnen de psychologie die ervan uitgaat dat alle gedrag is aangeleerd: echte nurturedenkers dus. Volgens hen spelen bepaalde omstandigheden een rol bij het ontstaan van pedofiele neigingen. Denk daarbij aan een instabiele thuissituatie, sociaal isolement of een negatief zelfbeeld. Een derde visie op de oorzaak van pedofilie komt van de cognitieve psychologen. Zij zien pedofilie als een reactie op negatieve ervaringen in hetero- of homoseksuele relaties. Het kan zijn dat iemand die ervaringen projecteert op alle volwassen relaties en zijn heil gaat zoeken in pedoseksualiteit. Tot slot zijn er de feministen die zich in het onderwerp hebben verdiept. Zij zien de oorzaak van pedofilie in hypermasculiniteit (doorgeslagen mannelijkheid). Daarbij hoort seksueel agressief gedrag als een strategie om ondergeschikten – zoals vrouwen en kinderen – te domineren. Pedofilie is de obsessieve drang om macht uit te oefenen over kinderen.

Uit recent onderzoek blijkt ook dat de hersenen van pedofielen anders werken dan die van mensen met een 'normale' seksuele voorkeur. Duitse wetenschappers ontdekten dat ze in vergelijking tot andere mensen in een zeer belangrijk gebied van de hersenen lagere concentraties van zenuwcellen hebben. Of ze hiermee zijn geboren blijft onduidelijk.

Pedofilie: facts & figures

Cijfers over het aantal pedofielen in Nederland zijn moeilijk te geven. Volgens professioneel pedojager Yvonne van Hertum – drijvende kracht achter de website www.stopkindersex.com – zou het gaan om 1 procent van de bevolking, wat neerkomt op 160.000 pedofielen (StopKinderSex, 2008). Exacte cijfers over veroordelingen voor seksueel kindermisbruik zijn wel bekend. Volgens www.seksueelgeweld.nl is het aantal zaken dat het Openbaar Ministerie behandelt redelijk stabiel. Het gaat om ongeveer 2050 tot 2350 zaken per jaar. (Seksueelgeweld.nl, 2008) Zoals eerder genoemd zijn niet alle daders pedofiel. Gelegenheidsseks tussen kinderen en volwassenen met een hetero- of homoseksuele voorkeur komt ook voor, evenals misbruik van kinderen door mensen met een antisociale persoonlijkheidsstoornis, in volksmond ook wel psychopaten genoemd. Het gaat in het laatste geval om mannen die niet in staat zijn om (duurzame) liefdesrelaties aan te gaan, zich niet kunnen inleven in de gevoelens van anderen en meestal gewetenloos zijn. Ze zijn vaak al eerder veroordeeld voor seksueel geweld tegen vrouwen en andere misdrijven. Als een dader van seksueel misbruik daadwerkelijk pedofiel is, bestaat er 59 procent kans op recidive. Dit is hoger dan bij andere misdrijven.

Veel mensen denken dat pedofilie een volledig mannelijke aangelegenheid is, maar dat blijkt niet te kloppen. Hoewel ze volgens ruwe schattingen sterk in de minderheid zijn, zouden er ook vrouwen zijn die op kinderen vallen. Naar schatting tussen 2 en 15 procent van de pedofielen is vrouw, schrijft Imke van Schaaijk. Dat zijn tussen de 3200 en de 24.000 vrouwen in Nederland. (Schaaijk, 2004)

Hoewel pedofielen een beperkt deel vormen van de bevolking is seksueel misbruik een wijdverbreid fenomeen. Voor het zestiende levensjaar is 40 procent van de vrouwen één of meerdere keren misbruikt, blijkt uit onderzoek. Naar ontucht bij jongens is geen onderzoek gedaan. Buitenlandse studies tonen aan dat 3 tot 9 procent ervaring heeft met seksueel misbruik.

De effecten op slachtoffers kunnen ernstig zijn, viel eind 2008 te lezen in Vrij Nederland:

'Afhankelijk van de aard en de duur kunnen kinderen diverse klachten aan hun misbruik overhouden: ontwikkelingsstoornissen, agressiviteit, depressiviteit, zelfhaat, slaapproblemen en paniekaanvallen. Ook op volwassen leeftijd kunnen klachten de kop op steken: achtervolgingswaan, relatieproblemen en fysieke klachten. En kindermisbruik kan ook kindermisbruik veroorzaken. Bijna de helft van alle ontuchtplegers, zo wijst onderzoek uit, heeft in zijn jeugd met ontucht te maken gehad.'

Volgens Erik van Ree, onderzoeker aan de Universiteit van Amsterdam, is de ernst van de schade ook afhankelijk van de mate waarin de seks gedwongen heeft plaatsgevonden. Verder zouden de effecten groter zijn op meisjes dan op jongens.

Pedofilie: law & order

Sinds 1 oktober 2002 is de toegestane leeftijd voor deelname aan pornografie verhoogd naar achttien jaar. Deze maatregel past in de algehele aanscherping van de zedelijkheidswetgeving die de afgelopen jaren heeft plaatsgevonden. Voor 1990 was seksueel kindermisbruik een klachtdelict. Dat betekent dat vervolging alleen mogelijk was met een aangifte van het slachtoffer. Ondertussen is elke vorm van seksueel contact met iemand die jonger is dan zestien jaar zonder aangifte strafbaar. De strafmaat voor seks met iemand jonger dan twaalf jaar is hoger dan die voor seks met iemand tussen de twaalf en zestien jaar: maximaal twaalf versus maximaal acht jaar gevangenisstraf.

Ondanks de wettelijke aanscherpingen blijft de roep om (nog) strengere regels bestaan. Zo lieten de burgemeesters van de vier grote steden eind vorig jaar weten meer bevoegdheden te willen om in te kunnen grijpen wanneer veroordeelde pedofielen terugkomen in hun oude woonomgeving. Aanleiding was een incident in Utrecht waarbij een kindermisbruiker na zijn straf terugkeerde in de flat waar ook zijn slachtoffertje woonde.

Pedofilie: altijd en overal

De wettelijke veranderingen van de afgelopen jaren weerspiegelen het veranderende maatschappelijk denken over pedofilie. Ook het wetenschappelijke discours veranderde, blijkt uit een artikel van Erik van Ree:

'De omslag in de publieke opinie mag opmerkelijk genoemd worden. Tot in de jaren negentig leefde onder een aanzienlijk deel van de academische wereld van sociologen, psychologen en psychiaters de opvatting dat het te kort door de bocht zou zijn om te beweren dat seks met volwassenen kinderen per definitie zou beschadigen.' (Ree, 2008)

Wie nog verder graaft in de geschiedenis komt tot bevinding dat pedofilie – hoe ondenkbaar vandaag de dag – zelfs ooit de normaalste zaak van de wereld was. Zo schreef Plato in zijn werk Symposium over seksuele contacten tussen mannen en opgroeiende jongens.

Verder vertelt historisch pedagoge Lea Dasberg in haar boek Groot brengen door kleinhouden over seksuele handelingen tussen volwassen en kinderen in de zeventiende eeuw:

'Ook de gedachte dat het kind, uit welke kring dan ook, heel langzaam en voorzichtig zou moeten worden ingeleid in de geheimen van het seksuele leven, bestond niet. Veel spelletjes met kleuters, zoals 'schuitje varen, theetje drinken' en paardje rijden hadden een erotische bedoeling; het was algemeen aanvaard amusement voor de volwassen om het kind daarbij aan het lachen te maken door de wrijving van zijn geslachtsdelen langs die van de volwassene en de eerste seksuele prikkeling, bij de jongetjes de eerste erectie, daarbij te observeren.' (Dasberg, 1975)

Ondertussen vervult pedofilie – mede onder invloed van grote seksschandalen zoals de zaak Dutroux in de jaren negentig – mens en maatschappij met afkeer. Dat is waarschijnlijk, op enkele Afrikaanse landen na waar meisjes op zeer jonge leeftijd worden uitgehuwelijkt, overal zo.

Sterker nog, in menig ander land worden pedoseksuelen vele malen strenger aangepakt dan in Nederland. Zo krijgen ontuchtplegers in Engeland libidoremmende medicijnen, moeten zedendelinquenten die op vakantie willen hun vertrek vroegtijdig bij de autoriteiten aankondigen en worden eerder veroordeelde pedoseksuelen die zich opnieuw verdacht gedragen aan een leugendetector gekoppeld. Ook de VS kent strenge wetgeving. In Florida is in 2005 een wet – ook wel Jessica's law genoemd – aangenomen die het mogelijk maakt om pedoseksuelen tot vijfentwintig jaar gevangenisstraf te veroordelen en bij herhaling levenslang te geven. Tweeënveertig staten kennen inmiddels hun eigen Jessica's law. De wet is genoemd naar Jessica Lunsford, een meisje uit Florida die in 2005 werd verkracht en vermoord door een vrijgekomen zedendelinquent.

Pedofilie: angst en afkeer

Het mag duidelijk zijn: pedofielen roepen een ongekende woede op. Op het internet wemelt het van de nieuwsberichten met koppen als 'Buurt woedend over terugkeer pedofiel' en 'Brute moord op Britse pedofiel'. Andere misdrijven, zoals kindermishandeling of vrouwenhandel, kunnen op veel minder maatschappelijke verontwaardiging rekenen. Waar komt deze angst en afkeer voor pedofilie vandaan?

Désiré Palmen, die afstudeerde op het onderwerp, stelde zichzelf dezelfde vraag en kwam tot de volgende conclusie: 'Er is een aantal zaken dat hierbij een grote rol speelt. Als belangrijkste oorzaak wil ik de (sensationele, red.) berichtgeving via de media noemen.' (Palmen, 2001, p. 14) Volgens Palmen krijgen mensen gruwelijke verhalen voorgeschoteld, waaraan zij hun (eenzijdige) beeld over pedofilie ontlenen. 'Er zijn weinig mensen met echte kennis over het onderwerp.' (Palmen, 2001, p. 11) Palmen geeft aan dat veel mensen denken dat elke pedofiel een kinderverkrachter of zelfs een kinderdoder is. Volgens Palmen zorgen ook de taboes die kleven aan pedofilie voor hoogoplopende emoties bij mensen. 'Er zit een seksueel aspect aan, er is een kind bij betrokken, er wordt een generatiekloof overschreden en het beschikkingsrecht van ouders over hun kinderen wordt geweld aangedaan.' (Palmen, 2001, p. 15)

Pedofilie: uitbannen of behandelen

De angst voor en afkeer van pedofilie kan negatieve effecten hebben. In de eerste plaats zou de heksenjacht op pedofielen de kans op misbruik vergroten, volgens psychiater Frank van Ree. 'Mensen zonder steun opjagen betekent slechts vergroting van de kans op gewelddadige paniekreacties. Intensieve, zeer deskundige begeleiding is kostbaar, maar het voorkomen van kinderdoding lijkt zulke uitgaven te rechtvaardigen.' (Ree, 1999)

Ook draagt het taboe dat op pedofilie rust niet bij aan het herstel van slachtoffers van seksueel misbruik, aldus Marli Huijer van de Universiteit Groningen:

'De walging die pedofilie in het publieke domein oproept, leidt ertoe dat we er geen genoegen mee nemen dat diegene juridisch moet worden gestraft. Hij of zij moet uit de samenleving gestoten: de toegang tot maatschappelijke functies wordt hem of haar ontzegd. Het taboe op liefde of seksualiteit tussen volwassenen en kinderen is zo groot dat het voor het kind of de jongere die er deelgenoot van is geweest, onmogelijk is om het gebeurde licht op te vatten of om er vrij en openlijk over te praten. Dat maakt het verwerken van een dergelijke gebeurtenis er niet makkelijker op.' (Stein, 2006)

Deze constateringen pleiten voor het bespreekbaar maken en behandelen van pedofilie. Dit is ook de weg die overheden en hulpverleners vooral bewandelen, naast opsporing en vervolging. Terugvalpreventie is daarbij het codewoord en groepstherapie de geijkte methode. Binnenkort wordt deze therapie aangevuld met een nieuwe behandeling: buddybegeleiding. Onlangs viel in de Volkskrant te lezen dat Reclassering Nederland ex-zedendelinquenten gaat koppelen aan een groep van vier tot zes vrijwilligers, die hem meerdere keren per week zien en spreken. Zij kunnen niet alleen voorkomen dat de pedoseksueel in een sociaal isolement terechtkomt – vaak mede de oorzaak van recidive – maar hem ook controleren op verdacht gedrag. In Engeland en Canada is met de buddy's al succes geboekt. De recidive zou zijn verminderd met maar liefst 75 procent. Deze zaken geven aan dat men pedofilie, hoewel moeilijk uit te bannen, steeds beter in de hand heeft.

Lees nóg een artikel over

geschiedenis

psychologie

rechten


of lees verder in

of check

Alle edities   Vakgebieden  
             

                   

Reactie van Dr Frans E J Gieles

Geplaatst op 10 maart 2009 om 16:11:47

Naar ik begreep heef u met uw scriptie een prijs gewonnen. Nou, mooi, gefeliciteerd. Prima dat u onderscheid maakt tussen 'pedofilie' en 'pedoseksualiteit'.Onduidelijk is mij de status van de tekst op ziedaar.nl: is dit een artikel op basis van uw scriptie? Of de samenvatting ervan? Onduidelijk is mij voor welke opleiding deze geschreven is en wat het niveau van deze opleiding is. Ik heb namelijk wel kritiek, in de hoop dat u daar tegen kunt. Ik beperk mij tot de kernpunten.1. U zegt iets te willen verklaren ("waar de ... woede ... vandaan komt") en iets in kaart te willen brengen ("of ... overal hetzelfde is"). Maar u verklaart helemaal niets. U herhaalt alleen het probleem of de situatie. Een voor de hand liggende verklaring als het gaande zijn van een proces van zondebok-vorming, dus projectie, wordt niet vermeld. Ook de nuances in die boosheid worden niet vermeld. M.a.w. u beantwoordt uw eigen vraagstelling niet, u herhaalt hem alleen als stelling. U geeft ook geen eigen standpunt of conclusie weer, noch nader te onderzoeken vragen. Die zijn er bij bosjes. 2. Een oordeel over uw literatuurlijst is afhankelijk van het niveau van uw opleiding, maar ik vind 'm verregaand onvoldoende. U haalt alleen tertiaire of secundaire bronnen aan, niet de primaire - alleen de DSM, en die dan nog onvolledig, want juist bij pedofilie wordt een uitzondering gemaakt voor 'significant lijden enz'. U las van Frank van Ree een oud artikel, maar niet zijn boek. U citeert een dubieus artikel in VN, verder Trouw en De Helling enz.. U citeert dubieuze bronnen als internet fora - geen enkel onderzoeksrapport. In uw lijst geeft u dan wel links naar, zeg maar 'boze mensen', maar geen links naar de genuanceerde scriptie van D. Palmen, die wel on line staat (< http://www.human-being.nl/Bibliotheek/palmen_frame.htm >). Het gevolg is dat u wat in de krant staat zonder nader onderzoek als waarheid aanneemt, hetgeen in de passage over de hersen-neurologie tot veel te vergaande conclusies leidt. 3. Waar haalt u dat recidive-cijfer van 59 % toch vandaan? En de bewering dat dit hoger is dan het gemiddelde? Ik zie geen bron. Het omgekeerde is waar. Het gemiddelde ligt veel hoger dan 59 % (nu al rond de 70 %) en het cijfer voor pedoseksualiteit of zedenzaken in het algemeen ligt beduidend lager: onder de 10% na behandeling, 13,4 % in het algemeen. Bezie eens aandachtig < http://www.human-being.nl/Bibliotheek/coll/college_tekst.htm >, ga naar # 3: Recidive. Klik bovenin de literatuurlijst aan en ga ook daar naar recidive. Klik verder en verder en u komt uit bij echt onderzoek dat geheel andere cijfers geeft dan u doet. Zijn er correcties mogelijk?Dr Frans E J Gieles < http://www.human-being.nl/index.htm >< http://www.helping-people.info/index.htm >.


Reactie van drs. H.K. de Jong

Geplaatst op 9 april 2009 om 15:00:36

Ik vraag me af hoe dr. Gieles weet dat Karin Visser een prijs heeft gewonnen terwijl ze onder een pseudoniem schreef, maar tegelijkertijd niet weet of dit een samenvatting is (lijkt me logisch aangezien scripties meestal langer zijn dan 3000 woorden)en welke studierichting het betreft(terwijl bij de introductie wordt vermeld dat ze sociale geografie heeft gestudeerd)?Helaas ben ik het wel met dr. Gieles eens dat de hoofdvraagstelling in de introductie niet wordt beantwoord:("waar de ... woede ... vandaan komt")U laat middels bronnen zien dat de wetgeving strenger is geworden en dat de maatschappelijke discours is veranderd maar vervolgens komt er geen verklaring voor waarom de discours is veranderd, alleen bronnen met dat het zo is, zoals heftige krantenkoppen.Op de vraag van dr. Gieles,"Waar haalt u dat recidive-cijfer van 59 % toch vandaan?"Is het antwoord eenduidig: uit de grote duim totdat u het tegendeel middels correcte bron bewijst! De bron is overigens wel te vinden in de literatuur lijst en verwijst naar de site van www.seksueelgeweld.nl die weer refeert naar de huidige bron namelijk brochure van ministerie van justitie maar het volgende is te vinden op de link die u ons geeft:(www.seksueelgeweld.nl, 2008):Hoeveel plegers vallen na hun straf weer terug?Veel mensen denken dat de daders van seksueel misbruik na hun straf vrijwel altijd en meteen terugvallen in hun oude fout. Dat is niet waar. Nederlandse cijfers over de recidive ontbreken, maar uit buitenlandse onderzoeken kan worden afgeleid hoe vaak daders die niet worden behandeldhun oude gedrag weer oppakken: Binnen vijf jaar na detentie valt vier procent van de incestplegers terug in de oude fout. Van de pedoseksuelen, gericht op meisjes buiten het gezin, recidiveert dertien procent en van de pedoseksuelen die jongens buiten het gezin misbruiken 21 procent. Vijftien jaar na de detentie zijn die recidive-percentages verdubbeld. De percentages geven een ondergrens aan, omdat lang niet al het misbruik bij de politie wordt aangegeven.Tsja 53% komt op de hele bronpagina niet voor, raar......Dan als laatste punt:Dr. Gieles zou in het kort alsnog een antwoord op de hoofdvraag van Karin Visser willen geven? Na u te hebben gegoogled blijkt dat u al jaren onderzoek doet naar pedofilie mogelijk heeft u een sluitender antwoord. Wellicht dat u een tegenartikel zou kunnen schrijven?


Reactie van Dr Frans E J Gieles

Geplaatst op 4 januari 2010 om 21:54:36

Inderdaad, ik heb twee artikelen verwisseld. De prijswinnende scriptie was:Jacomijn Brinkman: Pedofilie in de media. Een journalistiek onderzoek naar de verschillen tussen het beeld van pedofilie in (wetenschappelijke) literatuur en de media. Christelijke Hogeschool Ede, journalistiek. Het Parool van 27 januari 2009 berichtte hierover. Het artikel van Karin Visser is dus een essay dat niet het niveau van een scriptie hoeft te hebben. Dit verlaagt dus de eisen aan de literatuurlijst en de bronvermelding. Blijft staan de opmerking dat dit allemaal secundaire of tertiaire bronnen zijn en dat de keuze ervan eenzijdig is - en dat haar eigen vraag niet beantwoord is. Kan ik iets zinnigs zeggen als antwoord op de hoofdvraag: vanwaar die (toegenomen) woede? Deze lastige vraag is 'even' blijven liggen omdat kort na 9 april, de datum van de reactie van De Jong, problemen kreeg met mijn ogen. Na drie operaties en nog een te gaan zie ik nog slecht, maar nu beijver ik mij om mijn mailbox van 2009 en het 'te doen'-vak eens leeg te maken en alles netjes af te werken. Ik zie drie groepen van motieven:1. Min of meer rationele motieven,2. instinctieve motieven en 3. irrationele motieven. 1. Min of meer rationele motievenDeze zijn (a) de overtuiging dat seksuele ervaringen altijd blijvende schade opleveren voor het kind, (b) dat de kans op recidive bij pedoseksuele daden erg hoog is en (c) dat kinderen uit zichzelf niet op het idee van seksualiteit komen.Als deze overtuigingen waar waren, zouden het rationele motieven zijn. Echter:(a) Er kan schade zijn maar niet altijd en niet altijd blijvend. Het onderzoek van Rind cs komt op een vier % van de gevallen, steeds meisje-vader contacten. Zie < http://www.human-being.nl/Bibliotheek/Seksuele_ervaringen_van_kinderen.html >. En als er schade is kan deze ook heel andere bronnen hebben - bijvoorbeeld de gezinsverhoudingen. (b) De hoge recidive: dit is een hardnekkige mythe die in de reactie hierboven en in mijn eerste reactie al ontkracht is.(c) Seksualiteit van kinderen is nog nauwelijks onderzocht omdat men meent dat het er niet is. Toch is er wel zoiets, al is deze van andere aard en orde dan de door hormonen opgewekte seksualiteit van na de puberteit. Het is niet afwezig, wel anders. Aanpassing hieraan is dus wel een vereiste, maar dit is iets anders dan een ontkenning. Door de ontkenning wordt kinderseksualiteit onzichtbaar en stiekem beleefd, dus onbegeleidbaar. En als er dan iets van seksualiteit blijkt, ja, dat 'kan dan alleen maar door de volwassene opgelegd en afgedwongen zijn'. De ontkenning van het een roept de mythe van het andere op. 2. Instinctieve motievenWie denkt dat zijn kind schade kan oplopen gaat instinctief beschermen. Ook incest wordt instinctief vermeden. Op zich zijn dit goede evolutionair verankerde motieven als de overtuiging klopt, als men fanatisme vermijdt en als men wel humaan blijft. 3. Irrationele motievenDe mate van fanatisme kan verwijzen naar minder bewuste motieven. We zien hier toch wel een zondebok-proces in werking. Men projecteert dan de eigen niet-bewuste 'schaduwkant' op de zondebokken. De moslims en de Marokkaans-Nederlandse jongeren weten er tegenwoordig ook wel van. Alles wat mis gaat ligt aan hen, aan hun geloof en hun etniciteit. Dit is irrationeel: juist deze jongeren geloven nauwelijks nog iets en zij volgen geheel de Nederlandse normen, althans die van de straatcultuur. Als er nu iets mis gaat met het zelfvertrouwen, het zelfbeeld, de verhouding met het eigen lichaam, de relatievorming en de seksualiteit - enzovoorts - dan is 'natuurlijk' dat pedoseksuele contact daarvan DE (enige) oorzaak. Dit is irrationeel; er zijn tal van andere invloeden werkzaam zoals opvoeding, school en samenleving, cultuur en traditie, tijdgeest en hypes en de media die allemaal invloed hebben. Alsof er geen seks zou zijn in de media. Met het aanwijzen van een zondebok hoeft men niet naar zichzelf te kijken, niet zelf- en maatschappijkritisch te zijn. Nog een 'vraagje': wat te doen?Ik denk: niet demoniseren, inzicht krijgen in het zondebokproces, niet uitsluiten maar opvangen. Hierover is al geschreven. Zie < http://www.helping-people.info/articles/zondebok_frame.htm >.In dit door mij vertaalde artikel wordt niet alleen het zondebokproces beschreven, maar ook een oplossing aangereikt: steunkringen of -groepen, 'circles of support', iets dat nu ook door de Reclassering Nederland als model gebruikt gaat worden. 'Insluiten' in een steungroep dus, in plaats van uitsluiten van de samenleving, iets dat verre van 'veilig' is en alleen maar nieuwe problemen oproept. Liever niet demoniseren maar waar nodig helpen. Hoe? Daar heb ik een hele website over gemaakt: < http://www.helping-people.info/index.htm >.Dr Frans E J Gieles, 4 januari 2010


Reageren




De redactie behoudt zich het recht voor om reacties in te korten of te verwijderen indien daar reden toe is.

Noten en/of literatuur

Anoniem, Pedofilie hebben minder grijze stof in hersenen, Pedofilie.nl, 22 augustus 2007, http://www.pedofilie.nl/node/561 (17 februari 2009).

American Psychiatric Association, DSM-IV patiëntenzorg – Diagnostistiek en classificatie van psychische stoornissen voor de geneeskunde, Amsterdam, 1996.

Dasberg, L., Grootbrengen door kleinhouden als historisch verschijnsel, Amsterdam, 1975.

Doesburg, F., 'De oorzaken van pedofilie: nature of nurture?', in: Pedagogieknet, 3 februari 2008.

Elsevier, 'Peter R. de Vries houdt pedo aan via hyves', in: Elsevier, 22 november 2008, http://www.elsevier.nl/web/Nieuws/Internet-Gadgets/Peter-R.-de-Vries-houdt-pedo-aan-via-Hyves.htm (17 februari 2009).

Graaf, P. van, Buddy houdt pedofiel op rechte pad, Volkskrant, 15 januari 2009.

Griend, R. van de, 'Kinderlokker-lokkers – Teleurgesteld in justitie', in: Vrij Nederland 46, 2008.

Palmen, D., Pedofilie – het niet te accepteren 'anders' te zijn? – Een ethische beschouwing op grond van wetenschappelijke gegevens, Nijmegen, 2001.

Ree, E. van, 'Kinderporno, pedofilie en de tijdgeest', in: De Helling, juni 2008, pp. 8-13.

Ree, F. van, De pedofiel als zondebok, HN, Voorlopig, 55-8, 27 februari 1999.

Seksueelgeweld.nl, 'Cijfers', Seksueelgeweld.nl, november 2008, http://www.seksueelgeweld.nl/linkinformatie/linkinformatieDetails.php?linkinformatie_id=27 (17 februari 2009).

Seriecentral, november 2008, http://www.seriecentral.nl (17 februari 2009).

Schaaijk, I. van, 'De vrouwelijke pedofiel valt niet op – Gestoorde moederliefde', in: Pedofilie.nl, 7 september 2004, http://www.pedofilie.nl/node/193 (17 februari 2009).

Stein, Y., Taboe op pedofilie is 'onmenselijk groot', Trouw, 10 september 2006.

StopKinderSeks, november 2008, http://www.stopkindersex.com (17 februari 2009).


           


Lees nóg een artikel over

geschiedenis

psychologie

rechten


Lees verder in

of check

Alle edities   Vakgebieden  
             
Wilt u op de hoogte gehouden worden van nieuwe edities en activiteiten van Blind? Meldt u aan voor onze digitale nieuwsbrief:



Het e-mailadres wordt alleen gebruikt voor toezending van de e-mail met de links naar de nieuwe editie. Het adres staat opgeslagen bij MailChimp. MailChimp hanteert een eigen privacybeleid waarmee u instemt als u zich abonneert op onze nieuwsbrief. Elke nieuwsbrief toont een link waarmee toezending kan worden gestopt. Om uw adres eventueel nog te laten verwijderen uit het opzeggingenbestand stuurt u een e-mail aan redactie@ziedaar.nl.